| De mens wordt overvraagd |
| Geschreven door Justin van den Berg |
| woensdag, 30 juni 2010 12:55 |
|
De Nederlands-gereformeerde emeritus predikant Henk de Jong heeft een brochure ‘De Weg. Tien stellingen over de Bijbel’ geschreven. Hij stelt in een artikel in het ND van 29 juni 2010 dat christenen de bijbel niet moeten overvragen. Verrassende stelling, zou dat kunnen? De tegenvraag, na van zijn inzichten te hebben gelezen, kan zijn, is het niet zo dat de bijbel de postmoderne mens overvraagt die leeft bij het individualistische motto ‘prima dat jij er zo over denkt, ik denk er anders over.’ Met andere woorden, laat me lekker me gang gaan. De stelling van de schrijver dat ‘niet alles in de Bijbel evenveel gezag heeft en de afstand in tijd en cultuur in rekening moet worden gebracht’ is terecht en logisch, maar wat voor weg je in je denken daarna beloopt hoeft niet zo logisch te zijn. De Jong pleit voor ,,zorgvuldig, eerbiedig en geduldig lezen’’ van de Bijbel. Dat vormt bij gelovigen ,,wijsheid en intuïtie voor wat goed of kwaad is’’. Hij zegt ,,Als we het daar nu eens bij lieten en veel meer dingen dan tot nu toe aan het geweten van de gelovigen overlieten?’’ Hieruit begrijp ik dat hij zichzelf als een zorgvuldige, eerbiedige en geduldige lezer ziet met de juiste wijsheid en intuïtie, die inzicht heeft in de zuiverheid van het geweten van de medemens. Je weet in ieder geval dat je als lezer met je gedachten hierover op een bepaalde manier geclassificeerd bent door de Jong. De predikant gaat in op vragen rondom de historiciteit van de Bijbel en de actualiteit van Bijbelse ethiek. Uitvoerigst gaat de predikant in op het thema homoseksualiteit. Hij zegt, ‘de teksten van Paulus daarover passen niet op gelovige homo’s vandaag, ze herkennen zich niet in het beeld van ,,smeerlapperij’’ dat de apostel oproept, en ze hebben niet zelf voor hun ‘zo-zijn’ gekozen, zoals Paulus beschrijft.’ Hierbij doelt hij op Romeinen 1:26,27 ‘Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald.’ Het argument voor positief zijn over een homoseksuele relatie is dat hier gesproken wordt over ,,smeerlapperij’’ en dat het niet gaat over een liefdevolle relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht. Maar is dat zo? Wordt hier niet een dergelijke seksuele relatie onterend, tegennatuurlijk en ontucht genoemd? Er wordt niet geschreven over wel of geen smeerlapperij, dat is niet het punt, het punt is homoseksueel gedrag en hoe dat in relatie staat tot God.
Ondersteunend punt volgens de schrijver is dat de samenleving is veranderd sinds de Bijbel werd geschreven: vroeger was het een collectief geheel, nu is er veel meer zelfstandigheid voor het individu. Is dat zo? Ik neem aan dat het gaat over de Grieks-Romeinse samenleving van tweeduizend jaar geleden. Ik durf te stellen dat op zijn stelling het nodige valt af te dingen. De Jong argumenteert, ‘wat er aan ,,seksuele verscheidenheid’’ was, werd vroeger ,,onderdrukt’’; van homo’s kon toen gevraagd worden dat ze zich aan het collectieve besef van de mensen aanpasten; nu gaat dat niet meer.’ Iedereen die echter enig besef heeft van de Griekse geschiedenis en de verhalen kent over wat er gebeurde in de Romeinse maatschappij, zal hier zijn wenkbrauwen dusdanig over fronsen dat ze spontaan in de kramp zouden kunnen schieten. Het zou de Jong goed doen (misschien weer) eens de werken van Flavius Josephus te lezen of een documentaire op tv te volgen over die twee culturen. Ontucht, om het woord maar te gebruiken, kwam algemeen voor en was een gegeven in die maatschappijen en Paulus gaat daar tegenin. De Jong zijn punt is dus dat het postmoderne individualisme bepalend is voor hoe wij de bijbel moeten lezen, wijs en intuïtief. De ontwikkeling van collectief naar individueel zit al in de Bijbel zelf, zegt hij. Ze is volgens hem na de Bijbelse tijd verder gegaan. Hij noemt als voorbeeld dat in het Oude Testament het volk Israël als één geheel wordt aangesproken en de nieuwtestamentische brieven zich richten tot de gemeenteleden, in het meervoud. Ook hier kun je grote vraagtekens bij zetten. Is het niet zo dat als het volk Israel werd aangesproken, de Israëliet dacht, het gaat hier over mij en mijn aandeel in het volk en als de christelijke gemeente werd aangesproken, kwam dan niet dezelfde gedachte naar voren? Zijn we niet een onderdeel van dat ene lichaam van Christus? De emeritus predikant erkent dat hij over de historiciteit van de Bijbel anders is gaan denken sinds zijn jonge jaren als predikant. Daar ligt denk ik de crux. De bijbel overvraagd schijnbaar deze mens en dat ligt niet aan de bijbel maar aan de lezer. De Jong heeft geschreven dat hij niets uit de Bijbel wil schrappen. Ook niet als ons ,,iets wordt verteld of opgedragen wat ons onwaarschijnlijk of onuitvoerbaar voorkomt’’ Want alles hoort bij ,,het leeronderricht van de Schrift dat ons bedoelt te vormen’’. Maar raakt dat juist niet het meest gebruikte argument van hen die een homorelatie aangaan? Men vindt het vaak onwaarschijnlijk en onuitvoerbaar om geen relatie aan te gaan. In zijn ogen zullen ik en anderen met mij, waarschijnlijk niet zorgvuldig, eerbiedig en geduldig lezen en het zal ons ontbreken aan wijsheid en intuïtie of van verkeerde intuïtie getuigen en ik vermoed dat als een goed postmodern mens hij zal zeggen, ‘evengoede vrienden, prima dat jij er zo over denkt, ik denk er anders over.’ Maar ondertussen heeft hij je wel in een hoek geplaatst als je het niet met hem eens zou zijn, ook op basis van historische inzichten die bewijsbaar anders zijn als hij wil doen laten geloven. De bijbel wordt daardoor helemaal niet overvraagd. Ik vind het echter weinig kies wanneer je mensen een rad voor ogen draait door de juiste (historische) informatie te onthouden en stellingen neerlegt die alleen voldoen aan je postmoderne intuïtie, maar je hebt wel de meeste mensen mee en daarmee ben je natuurlijk wel een man van deze tijd al ben je emeritus. Justin van den Berg |
